4. Extra ondersteuning



Actielijn 4: Extra ondersteuning waar nodig

Doelstelling en inzet

We bieden jongeren die dat nodig hebben (tijdelijk) extra ondersteuning zodat zij succesvol hun schoolloopbaan doorlopen. We werken aan een goede ondersteuningsstructuur in de school, om de school en daartussen. Door nauwe samenwerking en te leren van casuïstiek, bieden we jongeren sneller de best passende ondersteuning. Wij evalueren de inzet en resultaten van deze ondersteuning. Dit versterkt de basisondersteuning in de school.

Door regionaal samen te werken aan een afgestemde aanpak gaan we versnippering van de ondersteuning tegen en concentreren we die dichtbij het onderwijs. Dit is in het belang van de jongere. Scholen sluiten onderling beter aan en zijn slagvaardiger in de inzet van (preventieve) interventies.

Voor wie?

Mbo-studenten die dreigen uit te vallen op school en extra ondersteuning nodig hebben om hun schoolloopbaan te kunnen vervolgen of afronden / Studenten met een ondersteuningsbehoefte / Kwetsbare jongeren.

Maatregelen

Maatregel 1: Plusvoorzieningen: OPDC en mbo Plus (verdere optimalisatie van de bestaande PLUS-interventies).

Plusvoorzieningen zijn een aanvulling op de interne ondersteuningsstructuur van scholen en richten zich op het ondersteunen van overbelaste studenten met problematiek op meer dan één leefgebied. Deze voorzieningen willen wij optimaliseren. We kiezen voor het behoud van OPDC Utrecht voor VO-leerlingen met gestapelde problematiek. Daarnaast willen we binnen het mbo inzetten op betere afstemming tussen PLUS-interventies en andere interventies. Om deze doelen te behalen gaan we kennis en ervaring uitwisselen tussen mbo’s, het mbo-team, het voortgezet onderwijs en het OPDC Utrecht.

Maatregel 2: Regionale samenwerking in een kernpartnermodel (samenwerking tussen school, leerplicht/RMC, de jeugdarts en het mbo-team).

We benutten elkaars kennis, expertise en mogelijkheden door nauwe samenwerking tussen scholen, Leerplicht/RMC, de jeugdarts en het mbo-team. We bespreken casuïstiek, brengen de gezamenlijke ondersteuningsbehoefte van jongeren in kaart en evalueren de processen. Zo komen we tot passende begeleiding voor jongeren.

Maatregel 3: Kennisuitwisseling (kennisuitwisseling over en doorontwikkeling van interventies).

Verschillende mbo’s hebben interventies ontwikkeld om studenten ondersteuning te bieden. De reeds ontwikkelde interventies delen we onderling en met het voortgezet onderwijs. Dit helpt de onderwijsinstellingen deze interventies op te zetten en samen door te ontwikkelen. Loopbaanbegeleiders en ondersteuners krijgen hierdoor meer handvatten en zijn daarmee beter in staat om jongeren met een ondersteuningsbehoefte passend te begeleiden.

Maatregel 4: Startcoaching (een goede start in het mbo door gerichte coaching en begeleiding).

In het kader van de wet op toelatingsrecht is straks elke student, die voldoet aan de toelatingseisen, toelaatbaar in het mbo. Het is belangrijk dat de ondersteuningsbehoefte van studenten vanaf de start van hun schoolloopbaan in het mbo bekend is. Zo is vanaf het begin van het eerste jaar passende begeleiding mogelijk. Het mbo is hiervoor afhankelijk van de kennis over een scholier vanuit het voortgezet onderwijs. Tijdens het intakegesprek is de ondersteuningsbehoefte van deze studenten al duidelijk. Om deze studenten een goede start in het mbo te geven, is er voor hen extra ondersteuning in de vorm van kortdurende coaching met 3 tot 5 contactmomenten. Deze coaching kan plaatsvinden in verschillende vormen, bijv. individuele gesprekken, groepsmomenten of e-coaching. In het traject van startcoaching wordt een individueel begeleidingsplan gemaakt en kan, wanneer dat nodig is, direct worden doorverwezen naar specialistischer ondersteuning.

Betrokkenen

Mbo’s / samenwerkingsverbanden VO / buurtteam en/of wijkteam / jeugd gezondheidszorg (JGZ)/ gemeenten / leerplicht.

Regionaal Programma VSV 2017-2020

Lees hier het regionaal programma vsv 2017-2020 (PDF).